Louise van Blommestein (1882-1965)

Louise Alice Andrine (Wiesje) van Blommestein

(Parijs 1882-1965 Arlesheim, Zwitserland)

Staand naakt met witte lelies

olieverf op doek 160,7 x 80,3 cm, gesigneerd linksonder en gedateerd 1907. Herkomst: part. collectie Nederland; kunsthandel Simonis & Buunk, Ede; annotatie verso op sticker: ‘Gebouw der Loge, Fluweelen Burgwal, Den Haag’

Bekijk hier de  preview, uitgezonden op 17 december, van de tentoonstelling Godinnen van de Art Nouveau die binnenkort wordt geopend in het Allard Pierson. Presentator en kunst- en cultuurhistoricus Dr. Tessel M. Bauduin neemt ons mee in het denkproces van de tentoonstelling. Ze spreekt met gastcurator dr. Yvonne Brentjens over het productieproces, met Allard Pierson-directeur Wim Hupperetz over het boek dat bij de tentoonstelling hoort en ze geeft ons een kijkje in de tentoonstelling:

Categorie:

Beschrijving

~In bruikleen aan het Badisches Landesmuseum te Karlsruhe voor de tentoonstelling ‘Göttinnen des Jugendstils’, tot 19 juni 2022 ~
~In bruikleen aan het Allard Pierson Museum te Amsterdam voor de tentoonstelling Godinnen van de Art Nouveau; van 5 juni – 29 augustus 2021~

Louise Alice Andrine (Wiesje) van Blommestein

(Parijs 1882-1965 Arlesheim, Zwitserland)

Staand naakt met witte lelies

olieverf op doek 160,7 x 80,3 cm, gesigneerd linksonder en gedateerd 1907. Herkomst: part. collectie Nederland; kunsthandel Simonis & Buunk, Ede; annotatie verso op sticker: ‘Gebouw der Loge, Fluweelen Burgwal, Den Haag’

Louise van Blommestein leerde schilderen in het atelier van E. Blanc-Garin in Brussel. Daarna studeerde ze in 1898-1899 aan de academie in Florence. Nadat ze de theosofie had ontdekt nam ze vanaf 1910 lessen bij de symbolistische schilder Jean Delville in Brussel. Later kreeg ze raadgevingen van H.P. Bremmer. Ook was zij bevriend met Jan Toorop, met wie zij (al vanaf 1903) correspondeerde en die zichtbaar van invloed is geweest op haar werk. Jan Toorop portretteerde Wiesje van Blommestein in 1918-1920. Met lange onderbrekingen woonde en werkte de schilderes tussen 1902 en 1920 in Blaricum, Den Haag, Hilversum en Laren. Daarna vestigde zij zich in Zwitserland. Beïnvloed door de antroposofie en het symbolisme schilderde ze bloemen, stillevens, kinderportretten, religieuze taferelen en mystieke en imaginaire onderwerpen.

Staand naakt met witte lelies’ van Wiesje van Blommestein, gedateerd 1907, toont een naakte jonge vrouw die zich ontsluiert in een weelderige tuin, met lelies en een spinnenweb als tekens van zuiverheid, vergankelijkheid en zielsverwantschap. Het werk laat zien hoe Van Blommestein rond deze periode de symbolistische beeldtaal van Jan Toorop tot zich nam en vertaalde: zij maakt van het archetypische vrouwelijke beeld een zelfbeschouwend, bijna mystiek moment van persoonlijke onthulling.

Jan Toorop heeft vanaf circa 1903 veelvuldig met Wiesje van Blommestein gecorrespondeerd (waarvan in het RKD een aantal stukken te vinden zijn). Ook stuurde hij haar een tekening (‘Zicht op Domburg’) en een foto van hemzelf in zijn atelier. Jaren later, circa 1918-1920, portretteerde Jan Toorop haar zelfs.

Zoals het oude etiket op de achterzijde van dit schilderij laat zien, ging het werk rechtstreeks van haar atelier naar de Loge van de Vrijmetselarij. Mogelijk heeft zij het werk verkocht aan de Loge ofwel aan een van de leden. Het schilderij moet de vrijmetselaars enorm hebben aangesproken, vanwege de symboliek en vooral ook vanwege de haast mystieke initiatie die het verbeeld. Haar houding van de armen en sluier in een ovale vorm, een mandorla, maken haar haast een heilig of verlicht figuur.

Blommestein Staand naakt met witte lelies 1907 detail

 

Architecten & ontwerpers

Ga naar de bovenkant