Theodoor Christiaan Adriaan Colenbrander werd op 31 oktober 1841 in Doesburg geboren, als eerste kind van Johannes Colenbrander (1807-1902) en Johanna Jacomina Kempées (1804-1882). In 1845 werd nog een meisje geboren, Louise Frédérique Wilhelmine (†1926). Colenbrander is nooit getrouwd geweest en heeft zijn lange leven vooral in hotels en pensions gewoond. Hij stierf in Laag Keppel op 28 mei 1930.

Omdat Colenbranders ontwerpen commercieel niet aantrekkelijk bleken, werd in 1889 zowel Von Gudenberg als Colenbrander ontslagen. De laatste wilde geen concessies doen aan de mode, hij beschouwde zijn werk als Kunst. Rozenburg ontwikkelde later het ‘eierschaal porselein’, waarvan de vormen en motieven perfect aansloten bij de Jugendstil; met deze producten kreeg het bedrijf grote bekendheid.

In weerwil van de volgorde van zijn doopnamen vond Colenbrander ‘Th.A.C.’ mooier en zo is hij ook bekend geworden. Theo’s vader was onder meer commissionair in effecten, agent van een stoomboot- en brandverzekeringmaatschappij, rentmeester van de Broekhuizer Fundatie, directeur van een aardappelmeelfabriek en gemeenteontvanger van Doesburg. Na het afronden van enkele jaren onderwijs kreeg Colenbrander vermoedelijk zijn eerste bouwkundige lessen van de Doesburgse gemeentearchitect. Daarna heeft hij enige tijd te Arnhem gewerkt bij L.H. Eberson (18221889), de latere chef-bouwmeester van koning Willem III. Colenbrander deed in de jaren ’50 en ’60 mee aan prijsvragen die voor het ontwerpen van gebouwen werden uitgeschreven; regelmatig kreeg hij een eervolle vermelding, maar niets is uitgevoerd.